De Groene Amsterdammer

Historisch Archief 1877-1940

Alle jaargangen 1884 13 januari pagina 9

13 januari 1884 – pagina 9

Dit is een ingescande tekst.

No. 343 DE AMSTERDAMMER, WEEKBLAD VOOR NEDERLAND. Erg schitterend zgn dus de vooruitzichten niet. Neen, dan verkeert het bfficierskorps van het Nederlandsch-Indische leger in vrij wat beter omstan digheden dan dat van het leger hier te lande; van het eerstgenoemde toch zal bjj bet wapen der infanterie in den loop van 1884: de oudste luitenant hebben 14 dienstjaren, B kapitein 22 majoor 25 9 luitenant-kolonel 27 kolonel 29 ., ? n jongste generaal-majoor 29 B 32 n &V1UUV1 £ jongste generaal-majoor luitenant-generaal oodat in Indiëde rang van kapitein 3 jaar, die van majoor en luitenant-kolonel 5 jaren, en die van kolonel, generaal-majoor en luitenantgeneraal 10 jaren eerder wordt behaald dan in Nederland. Waar men hier hoopt op den majoors-rang, rekent men daar reeds op dien vaa kolonel, en is de tijdgenoot van het Indische leger reeds luitenantgeneraal, terwijl die van het moederland nog slechts lui tenant kolonel, of wel overste" worclt genoemd en 2ich motst vergenoegen met een traktement van f 3400; welk eene tegenstelling met de andere, die minstens ?24000 'sjaars geniet! En dan, welk groot verschil in beider werkkring! Maar niet minder, wat betreft de pensioenen! BENIGE STATISTISCHE OPGAVEN, BETREFFENDE HET ENGELSCHE LEGER. De gemiddelde sterkte van het Engelsche leger bedroeg in 1882, 180.229 officieren, onderofficieren en soldaten, waarvan 10.778 tot de cavalerie, 32.997 tot de artillerie, 5.558 tot de genie, 12G.242 tot de infanterie, 2.388 tot dékoloniale korpsen en 5.26G tot de hulptroepen behoorden. Het geheele aantal der officieren bedroeg 7.330, dat der ondoroificieren 12.773 en dat der minderen 169.120. Deze strijdkrachten waren verdeeld als volgt: Engelacd en Wallis 61. 325; Schotland 3.609; Ierland 26.361; in dienst buiten het rijk 94.931. Het effectief der troepen op l Januari 1883 bedroeg 1G9.834 man. IlierMj Valt op de merken, dat deze sterkte 971 meer bedraagt, dan hot officieel aangegeven getal. Dit verschil bestaat echter slechts in schijn, en spruit daarnit voort, dat het officieele rapport tot de soldaten van het actieve leger rekent de 10.000 reservisten, die tijdens den oorlog in Egypte gemobiliseerd waren, en bij het einde van 1882 nog niet naar hunne haard steden waren teruggekeerd. Watmeer men van het actieve leger deze reservisten aftrekt, toont het overschot een deficit vftn 9.000 man aan, waaruit derhalve volgt dat het effectief van het leger in 1882 ongeveer 8.000 man minder bedraagt, dan dat in vorige jaren. uit het oogpunt der discipline beschouwd, constateert men onder de 241. 5'f straffen 44.214 boeten voor dronkenschap ; 12.598 werden verwezen naar on krijgsraad; l doodvonnis werd uitgesproken. Den Isten Januari 1883 teldo men in liet le.ter 78.99S mnn, die den chevron voor goed gedrag droegen en 1.951 onderofficieren en soldaten die de medaille (met daaraan verbondene premie) voor goed gedrag had den ontvangen. , Het gemiddeld effectief der cavaleric-paarden 10.69(1, schijnt zeer zwak, wanneer men het met het aantal cavaleristen vergelijkt, 1 1.500 (officieren niet inedegerekend). Het aantal paarden, officieel bepaald op 12. .":!:-:, achijnt reeds aan te duiden, dat men het. voornemen had het aantal paar den geringer te doen zijn, dan het aantal ruiters. , Het aantal paarden in het leger voor alle diensten (niet inbegrip dor cavalerie) gebezigd, bedroeg in 1882, 24.001, waarvan 14.102 het vercenigd Koningrijk ten goede kwamen. Wat de reserve betreft, geeft het officieele rapport voor de 1ste klasse een totaal aan van 16.499 man, zijnde 9.521 minder dan het cijfer dat door het parlement goedgekeurd was; dit deficit ontstaat uit de mobili seering van een zeker getal reservisten (waarover wij boven spraken). De 2de klasse der reserve telt 9.721 man. In het totaal der hu'ptroepen komt de militie slechts voor met 108.701 man; de vermindering, de heide vorige jaren waargenomen, doet zich iu sterkere mate voor, en het deficit bedraagt ditmaal 20.000 man. De YeomanrJ' vermindert eveneens steeds; in het rapport vertegen woordigt Bij slechts 11.173 met een deficit van meer dan o.COO man. Het aantal vrijwilligers eindelijk bedraagt 207.838 man, welk cijfer na genoeg overeenkomt mot dat lier vorige jaren. liet cijfer d<T e//!cicnif! is aanzienlijk; het bedraagt 199.371. Het deficit bedraagt nog 38.783 man. REPETEER- WAPENEN. Onder de werken, die in militaire kringen veel opgang gemaakt hebben, behoort het geschrift: Die R e p c t i r- G e w e h r e. I h r e (T e s c h i c h t e, E n t w i c k e l u n g , E i n r i c h t i n g n n d L e i s t u n g f ii h i g k e i t. U n t e r b e s o n d e r e r B e r c k s i c h t i g u n g a m 1 1 i e h e r S c h i e s sversuche u n d mitEenutzung v o n O r i g i n a l w a fi' e 11 d a, rges teil t. Darmstadt & Leipziff. Eduard Zernin 1SS2. Indertijd hebben wij in dit blad de aandacht gevestigd op deze balangrijke studie. Thans heeft een vervolg van dit bock het licht geaieu, namelijk het eerste gedeelte van het, tweedo deel (de prijs daarvan be draagt ?1,85); terwijl do uitgever bericht, dat bet tweede gedeelte van het tweede deel in de eerste maanden van dit jaar verschijnen zal. Tussrhen ; de uitgave van het eerste en die van het tweede dool sijn slechts twee jaren verloopen, en in dit betrekkelijk kort tijdperk is het vraagstuk der repeteer- ge weren met reuzenschreden zijn oplossing genaderd. De voor standers dezer soort handvuurwapenen zijn legio. 'Natuurlijk, dat er ook - tegenstanders zijn van repeteer-geweron, evenals er inden i/1 menigeen was, 'die het.-nut ontkende . van.achterlaadgewereu.en van aehtwlaadgeschut. Overdreven gehechtheid aan 't oude is dikwijls oorzaak, dat men alleen de gebreken opmerkt van 't nieuwe, en daarentegen de groote voordeelen over 't hoofd ziet, die er aan verbonden zijn. In ons land heeft men zich tot nu toe niet warm. gemaakt over da kwestie der repeteer-geweren; hier houdt men zich voornamelijk l ~g met het verbeteren van het Beaumont-gevveer. Een eigenaardigheid dezer verbeteringen is, dat aan sommige h ar er later weer wat te verbeteren valt; zoo moet thans het voornemen bestaan om de nieuwe patroon ta vervangen door een andere, waarvan de huls wat langer is, en inwendig een vetscbijfje heeft; tengevolge hier van zal ook de kamer van liet geweer kl. kal. grooter worden. Op oas onderwerp terugkomende: het eerste gedeelte van het tweede deel over Die Repetir-Gewehre is een waardig vervolg op het voor twee jaren uitgegeven eerste deel. De inleiding van eerstgenoemd boek behelst een vergelijking onzer hedendaagsche handvuurwapenen met die uit den tijd van Napoleon, en vervolgens een verdeeling der repeteer-ge weren in klassen. De moderne geweren eigenen zich om den volgenden stelregel in praktijk te brengen: Tuez Ie maximum de gens daas Ie minimum de temps". Van elke klasse der ropeteer-wapenen wordt daarna n geweer in. 't kort beschreven; terwijl duidelijke houtsueden deze beschrijvingen ophelderen. Het volgende hoofdstuk is gew.ijd aan de eisenen, die men in 't alge meen stellen kan aan de constructie en uitwerking van een repeteerwapen. Deze eischen komen in 't kort hierop neer: In de eerste plaats moet het snelle vuren niet alleen mogelijk r.ijndoor het repeteer-mechanisaie, maar ook behoort de constructie van het. geheele wapen op elke Wijze de gemakkelijke en zekere wijze van schieten te begunstigen. Het geweer moet verder een zoo gering mogelijk gewicht hebben, zonder dat tengevolge hiervan de terugstool bij 't schieten hin derlijk wordt. Een voldoende lengte van het wapen, ten einde het tweogelederenvnnr te kunnen uitvoeren, ia by meerladers niet langer noodig; daarliet vuren iu gesloten orde steeds zeldzamer wordt, en een kort wapen ook een tweegelederenvuur toestaat, wanneer het voorste gelid knielt of ligt. Eon stootwapon op ''t geweer kan ook wel gemist worden; wil men echter dergelijk wapen hebben dan moet het zoo licht mogelyk zijn. De loop der tegenwoordige vepetcer-waper.s, evenals die der gewone achterladers, wordt bij het snelvuur zeer warm; hierdoor ka n de schutter zijn geweer dan niet goed hanfeeren. Om dit gebrek te vermijden, moet de loop van boven gedeeltelijk door hout beschut worden. liet kaliber behoort het kleiusto te zijn, dat voor militaire doeleinden gebezigd kan worden. De inrichting van 't vizier moet 200 e?nveu<iig mogelijk wezen, vooinameüjk voor 'i; vuur op korte nl'standen. Het vi::icimag ];iet met tin op den loop gesoldeerd zijn, daar dcza wijze van beves tigen ';ij sterke verhitting loslaat. De werking van het sluiltoestol moet geheel onafhankelijk zijn van dia v,ui het repeiecr-mt-chanisine. Het. magazijn moet steeds gemakkelijk geladen en buiton werking gesteld kunnen worden, terwijl, bij gebruikmaking van het magazijn, dit niot geschieden raag ten koste (ter gemakkelijke behan deling van het wapen. Dn patroon behoort zoo licht, mogelijk te zijn; bovendien Eal het voordeelig wezen, wanneer de koe;.?! uit hard lo.,d vervaardigd is. "Wat do uitwerking van het rcpeteei'-wapcn aangait, zoo moet, men reet het geweer op groote afstanden kiiauon vuren; de kogelhaan moet zoo gestrekt mogelijk wezen, on de vmirsnelhoid, bij gebruikmaking van 't rangjziju. minstens het dubbele van die dor gewone achterhidors. In de toekomst zal mon wellicht vorlaugeu.dat, bij uitvoering van magazijnsvirar. het geweer in den aaus'ag kan blijven. Als bijdrage tot de kennis van nieuwe rcpctecr-gewercn volgt een beschi'ijvii;" dor stelsels: .larmann met vast,- en los magazijn, Kropatschek (Ilongaarsch Gendarmerie-repeteer-karabijn l, Kropatschek-Gasser-geweec M. 81, iiertoklo M. 80, Dreyse M. 80, Maun licher I, Yvrerndl met drievou dig magazijn. Ken en ander is opgehelderd door goede houteneden. Eindelijk krijgt men een verslag der Zweedsch-Noorwecgsche proeveunu't ropcteor-geweren in den zomer van 1>SO. Hoo verdienstelijk do beschrijving der verschillende stelsels van repeteer-geweren oolc wezen moge, zoo vindt men deze ook in verschillende buitenlancUche tijdschriften. Hier daarentegen is bijeengegaard wat daar ?verspreid is. Het speet ous gw:i\ beschrijving te vinden van liet Mauserj-epeteer-goweer, en een verslag te missen der proeven, die daarmede ia j Duitcchland genomen zijn; tengevolge dezer proeven is a's principe aangenomen het Duitschs loi'er met een rop«teer-geweer te bewapenen. De schrijver m:;? blijkbaar niet uit d<ïschool klappen. j Het hoofdstuk gewijd aan de eischen betroffcnde de samenstelling en j uitwerking van een reueteer-wapen, getuigt vooral van de ernstige studie. j die do anonieme schrijver gemaakt, heeft over deze soort geweren. Ons oordeel omtrent dit werk is dus zeor gunstig. Met verlangen zien wij de uitü'ave tegemoet vau hou tweede gedeelte van liet tweede deel. J. R. C. UITVINDINGEN EN PROEVEN. Da ficinceh'O'iscJie Si'lii'dzenztitunfi van 10 November, maakt gewag van het resnUaat. dor proeven, laatstelijk aan de schietsehool 'f "Wallensladt, genomen inr-t. het te Thau vervaardigde geweer, naar het .stelsel van (L-n majoor Rul.'in. Deze proeven hebben, volgens de Recue de Jjintsnuiie da mogelijkheid aangetoond, om hot tegenwoordige geweer naar het stdsci jjluhin" tn veranderen, zonder het een der voordeelen van het stelse! ,,repeteei'ge\\ver' te ontnemen; men zou derhalve de groote kosten, ver bonden aan do aanschaffing vau een geheel nieiiiv model, leïUP.rm. Hot OT', J;"''1^" heeft een Kaliber van 8 m.Ivl., fenvijl dracht en indrinij'ingsvc'. '"s^rcotor zijn dan die Lij bat gewrr-r Yettcrli, de kogel baan i-; me-T ^strijkeiid. liet, projectiel hecfr, i'rj rr-.if. lengte, heeft, eene aanvankelijke snelheid van 570 M., terwijl de aanvankelijke snelheid van

De Groene Amsterdammer Historisch Archief 1877–1940

Ga naar groene.nl