De Groene Amsterdammer

Historisch Archief 1877-1940

Alle jaargangen 1925 5 september pagina 3

5 september 1925 – pagina 3

Dit is een ingescande tekst.

No. 2517 DE GROENE AMSTERDAMMER, WEEKBLAD VOOR NEDERLAND EEN BESLISSING VAN MINISTER RUTGERS Teekening voor de Groene Amsterdammer door Jon. Braakensiek DE BODE: ,,DE VROEGERE BAAS WAS TOCH GEMAKKELIJKER! LA ROCHE GUYON Een oord waar weinig vreemdelingen komen en dat alleen door een samenloop van omstandig heden binnen onzen gezichtskring viel. Toch is deze streek bij Franschen natuurlijk niet onbekend. Zola brengt ze te pas in L'Oeuvre: Claude, de steeds met zijn ideaal worstelende schilder, trekt zich eenigen tijd in deze buurt terug, te Bennecourt: al de plaatsen en plaatsjes uit de omgeving, Bonnières, Manies, Vernon, La Roche Guyon en zooveel andere, worden door Zola genoemd. Hij kende dit gedeelte van Frankrijk blijkbaar goed. Geen wonder waarlijk, want het is altijd aantrekkelijk in zijn landelijken eenvoud en zijn vriendelijk natuurschoon. Wij zijn hier ongeveer halverwege Parijs en Rouaan, aan den bene denloop van de Seine. Als een echte grand seigneur haast de rivier zich niet om haar einddoel, de zee, te bereiken. Zij kronkelt zich in eindelooze bochten door het vruchtbare land en vormt eilanden en eilandjes bij tientallen. Men kan de Seine soms op drie, vier plaatsen tegelijk zien, als men maar hoog genoeg stijgt. Heel hoog kan men hier niet stijgen; de bergen verheffen zich hier niet hooger dan om het breede Seinedal een schilderachtige omlijsting te geven. Het zijn weeke krijtrotsen, die snel verweren; zij zullen wel in voorhis torische tijden in verband hebben gestaan met de veel befaamder krijtrotsen van Zuid-Engeland. Ook in ander opzicht wordt men hier herinnerd aan Engeland. Want wij zijn hier aan de grenzen van Isle de France en Normandië. Zelfs heeft de moderne administratie deze grens behouden; de oude limiet scheidt nog de departementen Seine et Oise en Eure. Anderhalve eeuw van een moderne indeeling hebben de oude provinciën niet kunnen vervangen; het is opmerkelijk, hoe in Frankrijk de eeuwenoude gewesten nog levende werkelijkheid zijn. De grens van Isle de France en Normandie loopt hier over de kam van h,et gebergte; van de bergen af ziet men in de Nurrrtandische hoogvlakte, waardoor de Seine zich voor zichtig een weg baant. Rouaan, de oude hoofdstad van Normandie, is niet zoo heel ver af, dichter bij dan Parijs. Van zelf denkt men dan aan historische conse quenties van dat alles. Rouaan is een kostbare relique uit het oude Frankrijk der middeleeuwen. De kathedraal met haar drie hooge torens, St. Ouen met haar fijne proporties, St. Maclou, wat in de schaduw gedrongen van de kathedraal, het paleis van justitie men kan te Rouaan de geheele ontwikkeling der gothiek bestudeeren van de primitieve af tot de flamboyante toe, van den soberen eenvoud der dertiende tot de uitbundige weelde der vijftiende eeuw en zelfs nog later. En wat verder niet oude herinneringen. In de kathedraal kan met het graf zien van den ouden Noor Rollo, den eersten hertog van Nor mandie', duizend jaar geleden. Men vindt er ook de tombe, waarin het leeuwenhart rust van den ge weldigen Richard. En men aanschouwt er het prachtige monument der kardinalen d'Amboise, staatslieden van beteekenis in de zestiende eeuw. En Jeanne d'Arc, zal men zeggen. Men ziet haar in Rouaan overal. Ik wil niet spreken van de rue Jeanne d'Arc en de vele boulangeries, charcuteries, enz., die haar naam dragen. Van meer beteekenis is het, dat in de kathedraal een der groote kapellen aan de heilige Jeanne is gewijd en dat bij het paleis van justitie een standbeeld van de maagd van Orleans wordt opgericht. Ook staat de toren nog, waarin zij tijdens haar proces is opgesloten geweest. Maar de stad van Jeanne d'Arc is Rouaan toch niet, hoewel haar naam overal wordt gezien en gehoord. Vooral hierom niet, omdat de plaats van haar marteldood in geen enkel opzicht meer herkenbaar is. De Groote Markt bestaat nog wel; maar een kunstloos nageslacht heeft er een dubbele ijzeren hal gebouwd, zoodat er van een markt alleen nog maar in commerckelen zin sprake is. Hier is het nietmeerde plaats om het smartelijke verleden weer op te roepen; waar de maagd stierf, kan men tegenwoordig tarbot en konijnen knopen. Dat is Wel heel jammer, omdat Rouaan grootendeels toch vvel zijn oude karakter heeft behouden. Want men is zoo ver standig geweest om naast het oude Rouaan aan den rechteroever van de Seine, aan den linkeroever een nieuwe moderne stad te bouwen, waar de industrie is geconcentreerd en waar ook de ar beidersbevolking woont. Zoo kon de oude stad bewaard blijven voor veel wat onze moderne steden zoo hopeloos ontsiert. Van Rouaan terug naar La Roche?Guyon. Een aardig dorp met een bekoorlijk dorpsplein en bochtige straten; hier en daar nog huizen uit de zestiende eeuw. Op de markt een mairie, die tevens markthal is. Dan ook midden op de markt een monumentale oude pomp, waarom de bevolking zich gaarne verzamelt voor wisseling van gedach ten en gevoelens. En vooral een weinig boven het dorp, het statige kasteel der hertogen de La Rochefoucauld, die hier van ouds hun zetel hadden en nog hebben. Een kasteel, dat het dorp met zijn breede renaissancelijnen beheerscht; nu nog anderhalve eeuw na de groote revolutie is M. Ie duc steeds de feitelijke heer van het dorp. Hier zetelden de hertogen uit het beroemde oude geslacht; hier werden beroemde werken geschre ven; hier ook werden de koningen van Frankrijk Frans I, Hendrik IV en zooveel anderen te gast ontvangen. Ruime zalen, breede terrassen een uitgestrekt prachtig park het is alles groot en grootsch. Toch is er ook nog iets anders. Hoog boven het meer moderne kasteel verheft zich nog de middeleeuwsche donjon, zwaar en dreigend nog in zijn verval. Hier aan de grens was zulk een duchtig kasteel waarlijk geen weelde. Want men doorleeft hier in zijn gedachten weer den ouden strijd van Enge land en Frankrijk om Normandie. De hertog van Normandie was sedert 912 de machtigste leenman van den Franschen koning; hoe dicht zijn wij hier aan de Normandische grens bij Parijs. Die hertog van Normandie werd in 10üG nog koning van Enge land bovendien. Die koning van Engeland breidde zijn gebied in Frankrijk steeds meer uit; Maine, Anjou, Touraine, Poitou, Guyenet kwamen in de twaalfde eeuw in zijn bezit. Het gezag van den Franschen koning, veel meer nog, het bestaan van Frankrijk zelf stond op het spel. Geen wonder, dat het conflict uitbrak, zi >o dra 'e r een aan k i d ing kwam. Geen wonder ook, dat Philips August in het begin der dertiende eeuw hèt eerst greep naar Normandie; deze benauwende bedreiging moest eerst worden opgeruimd; geen oogenblik langer kon de koning een vazal dulden haast voor de poorten van Parijs. Zoo kwam Normandie aan Frankrijk; al ging het later wel eens tijdelijk weer verloren, het is nooit weer van Frankrijk afgescheurd. De realiteit van deze dingen is hier duidelijk genoeg. Maar nooit gevoelt men de historische noodwendigheid zoo scherp en duidelijk als aan de grenzen van Isle de France en Normandie. Ook daarom spreken wij lik r van La Re cheGuyon. H. B R u <; M A N s ONZE MAGAZIJNEN DEN HAAG EN AMSTERDAM ZIJN OOK ZATERDAGS TOT 6 UUR GEOPEND

De Groene Amsterdammer Historisch Archief 1877–1940

Ga naar groene.nl